Plotseling manager en het niet-doen principe

 

Valkuil van veel beginnende managers is dat ze teveel zelf blijven doen. Ze hebben wel een nieuw vak maar zoeken vaak onbewust de veiligheid van de activiteiten van hun oude vak. Of ze hebben het idee dat ze het beter kunnen dan hun medewerkers. Er is zo te weinig tijd voor hun managementtaken en ze nemen hun plaats als leidinggevende niet in. Lastig voor henzelf en voor hun medewerkers.

Managers beginnen hun carrière vaak als professional. Ze maken een keer de overstap naar een leidinggevende functie. Ze worden gevraagd, ze zoeken naar iets nieuws of het lijkt de enige mogelijkheid om een volgende stap te kunnen maken. Ze bevinden zich plotseling in een hele andere rol in een nieuwe wereld. Een rol die andere activiteiten, verantwoordelijkheden etc. met zich mee brengt waar ze doorgaans niet op zijn voorbereid.

Gezond verstand en goede voorbeelden, een leidinggevende, een coach, een managementtraining kunnen allemaal helpen om die nieuwe rol vorm te geven.

Het boekje “Plotseling manager, oefeningen in leiderschap” van Gary S. Topchik doet dat ook. Het is een praktisch boekje dat een compact overzicht van de rol, activiteiten, verantwoordelijkheden geeft op een concreet niveau. Ik verwijs er regelmatig naar omdat het de rol van leidinggevende scherp en duidelijk neerzet.

Topchik gaat uit van het niet-doen principe. Als de meeste goede dingen, heel simpel: doe wat je zelf moet doen, en laat je medewerkers hun taken en activiteiten en begeleid ze daarbij.

Deze essentie van het managementvak is een mooi uitgangspunt om vanuit te vertrekken in een coachtraject. En niet alleen voor ‘plotseling-managers’.

 
Sandra KeusEerste